+31 492 59 32 00

EU-regelgeving voor Nederlandse fashionbedrijven in 2026

Verwachte leestijd: 15 minuten | Geplaatst op 21 oktober 2026
Eén productdossier als basis voor EU-regelgeving, productveiligheid, UPV, het digitale productpaspoort en douane.
Laat het ons weten als je meer wilt weten! Neem contact met ons op

Voor Nederlandse fashionbedrijven komt regelgeving steeds minder in losse dossiers. Productveiligheid, circulariteit, productdata, import en keteninformatie vallen steeds vaker in elkaar. Tegelijkertijd verschilt de verplichting per rol. Een fabrikant heeft andere verantwoordelijkheden dan een importeur of distributeur, en een bedrijf kan afhankelijk van het product meerdere rollen vervullen.

De uitdaging zit daarom niet alleen in het kennen van iedere afzonderlijke regel. Het gaat vooral om de kwaliteit van de onderliggende data. Productinformatie, leveranciersgegevens, voorraadstatus, transacties en douanedocumentatie moeten op elkaar aansluiten.

Voor fashionbedrijven die buiten de EU inkopen of zelf van buiten de EU de Europese markt betreden, komt daar nog een extra vraag bij: wie organiseert welke stap? En wie draagt daarvoor het risico?

 

De rode draad: één databasis, meerdere verplichtingen

De verschillende regelgevingsdossiers lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken te hebben. In de praktijk komen ze regelmatig terug bij dezelfde product- en ketendata.

Denk aan een jas die in Azië wordt geproduceerd en in Nederland wordt verkocht. Voor de GPSR is informatie nodig over het product, de fabrikant, de verantwoordelijke partij en eventuele veiligheidsinformatie. Voor UPV Textiel gaat het onder meer om de hoeveelheid textiel die op de Nederlandse markt wordt gebracht. Voor toekomstige ESPR- en DPP-verplichtingen wordt productinformatie verder gestandaardiseerd. Bij import zijn onder meer de goederencode, oorsprong, waarde en bijbehorende documenten relevant.

Dat betekent niet dat één registratie automatisch aan alle wettelijke verplichtingen voldoet. De juridische rollen en eisen blijven verschillend. Wel kunnen bedrijven voorkomen dat iedere afdeling zijn eigen datasilo opbouwt.

Een goede eerste stap is daarom om per product vast te leggen:

  • wie de fabrikant, importeur en distributeur is;
  • waar het product is geproduceerd;
  • welke product- en materiaaleigenschappen bekend zijn;
  • welke documenten en bewijsstukken beschikbaar zijn;
  • welke leveranciers en productielocaties erbij horen; en
  • welke voorraad- en transactiedata eraan gekoppeld zijn.

Die basis maakt latere rapportage, controle en douaneafhandeling aanzienlijk beter beheersbaar.

 

UPV Textiel: de meest directe Nederlandse verplichting

De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel, kortweg UPV Textiel, geldt in Nederland sinds 1 juli 2023 voor onder meer consumentenkleding, bedrijfskleding en huishoudtextiel. Producenten moeten zich melden bij Rijkswaterstaat en jaarlijks verslag uitbrengen. In het verslag dat vóór 1 augustus 2026 over verslagjaar 2025 moest worden ingediend, moesten producenten voor het eerst ook rapporteren over de behaalde resultaten voor voorbereiding voor hergebruik en recycling.

Voor een Nederlands fashionbedrijf is vooral de definitie van producent belangrijk. Het gaat niet simpelweg om de vraag wie het kledingstuk fysiek heeft gemaakt. De verplichtingen kunnen ook bij een importeur of andere partij liggen die textielproducten als eerste op de Nederlandse markt brengt. Een buitenlandse aanbieder die rechtstreeks textielproducten aan Nederlandse eindgebruikers levert, moet een in Nederland gevestigde gemachtigde vertegenwoordiger aanwijzen.

De UPV vraagt vervolgens om meer dan alleen registratie. Producenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren en financieren van een passend systeem voor inzameling, hergebruik en recycling. De doelstellingen lopen bovendien in de tijd op.

Voor 2026 geldt bijvoorbeeld dat minimaal 55% van het gewicht van het in het voorafgaande jaar op de markt gebrachte textiel moet worden voorbereid voor hergebruik of gerecycled. Daarnaast gelden afzonderlijke doelstellingen voor voorbereiding voor hergebruik en vezel-tot-vezelrecycling.

Voor fashionbedrijven betekent dit concreet dat de hoeveelheid textiel die op de Nederlandse markt wordt gebracht betrouwbaar moet kunnen worden vastgesteld. Productdata en verkoopdata moeten dus aansluiten op de rapportage.

UPV Textiel: van op de markt brengen en registratie tot inzameling, bewijs en jaarlijkse rapportage.

UPV Textiel vraagt om een sluitende registratie van productgewichten en aantoonbare resultaten.

 

GPSR: productveiligheid, traceerbaarheid en online informatie

De General Product Safety Regulation (GPSR) is sinds 13 december 2024 van toepassing. De verordening bevat algemene eisen voor de veiligheid van consumentenproducten en legt verplichtingen op aan verschillende marktdeelnemers, waaronder fabrikanten, importeurs, distributeurs en fulfilmentdienstverleners. Welke verplichtingen gelden, hangt af van de rol die een bedrijf voor het betreffende product heeft.

Voor fabrikanten betekent dit onder meer dat zij een risicoanalyse en technische documentatie moeten hebben en producten moeten voorzien van passende identificatie, instructies en veiligheidsinformatie. De technische documentatie moet gedurende minimaal tien jaar beschikbaar blijven.

Ook wanneer u de productie uitbesteedt, kunt u volgens de GPSR als fabrikant gelden: bijvoorbeeld als u het product onder uw eigen naam of merk op de markt brengt.

Importeurs hebben eveneens een actieve verantwoordelijkheid. Zij moeten vóór het op de markt brengen controleren of producten aan de veiligheidseisen voldoen, hun eigen contactgegevens vermelden en ervoor zorgen dat de vereiste instructies en veiligheidsinformatie beschikbaar zijn. Ook moeten zij klachten en veiligheidskwesties opvolgen en bij problemen corrigerende maatregelen kunnen nemen.

Ook bij online verkoop geldt de GPSR. Het aanbod moet onder meer duidelijke informatie tonen over de fabrikant, de verantwoordelijke persoon in de EU wanneer de fabrikant buiten de EU is gevestigd, de identificatie van het product en relevante waarschuwingen of veiligheidsinformatie. Daarbij horen de vereiste post- en elektronische contactadressen.

Voor een fashionbedrijf betekent dit dat productinformatie niet alleen in een ERP- of PIM-systeem moet staan. De juiste informatie moet ook op het juiste moment beschikbaar zijn voor klanten, toezichthouders en andere partijen in de keten.

Productgegevens voor fashion: samenstelling, oorsprong, leverancier, SKU, douanecode, veiligheidsinformatie en product-ID.

Een beheerd productdossier verbindt productkenmerken met identificatie en bewijs.

 

ESPR: het kader voor toekomstige productregels en het digitale productpaspoort

De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) vormt een Europees kader voor toekomstige producteisen op het gebied van onder meer duurzaamheid en informatievoorziening. De verordening introduceert daarnaast het digitale productpaspoort (DPP).

Belangrijk daarbij is wat de ESPR nog níét betekent. Voor textiel staan niet alle toekomstige DPP-velden of een definitieve invoeringsdatum vast. De productspecifieke eisen worden via verdere regelgeving uitgewerkt.

De voorbereiding op het digitale productpaspoort begint bij betrouwbare product- en leveranciersgegevens. In onderzoek van KPMG onder ruim 70 Europese organisaties is het verzamelen van gegevens bij leveranciers en andere ketenpartners de meest genoemde uitdaging (31%). Het onderzoek omvat verschillende sectoren. Voor Nederlandse modemerken en importeurs is het een praktische aanleiding om tijdig te inventariseren welke informatie beschikbaar is en welke nog ontbreekt.

Wat bedrijven nu al kunnen doen, is hun productdata op orde brengen. De ESPR stelt namelijk dat gegevens in een DPP nauwkeurig, volledig en actueel moeten zijn. De uiteindelijke productregels kunnen bijvoorbeeld eisen stellen aan identificatie, compliance-informatie, fabrikant- en importeurgegevens en informatie over de productieketen.

Voor een fashionbedrijf is dit dus vooral een datavraagstuk. Wie is eigenaar van welke informatie? Waar komt die informatie vandaan? Wie controleert wijzigingen? En kan het bedrijf aantonen waarop een productgegeven is gebaseerd?

Wie dat nu organiseert, hoeft toekomstige regelgeving niet af te wachten om vervolgens grote hoeveelheden historische productdata alsnog bij elkaar te zoeken.

Grootste DPP-uitdagingen: leveranciers- en ketendata 31%, technische vereisten 25%, technologie en interne afstemming elk 14%.

Leveranciers- en ketendata vormen de meest genoemde DPP-uitdaging. Bron: KPMG, 2026, ruim 70 Europese organisaties.

 

Import en douane: productdata wordt ook aangiftedata

Voor fashionbedrijven die producten van buiten de EU importeren, komt er een tweede laag bij de productdata: douane.

Bij een invoeraangifte zijn onder meer de juiste goederencode, oorsprong, douanewaarde en bijbehorende documentatie van belang. Die factoren bepalen samen welke douanebehandeling en invoerrechten van toepassing zijn.

Daarmee wordt de kwaliteit van artikeldata direct een operationeel onderwerp. Een verkeerde classificatie of onjuiste informatie over oorsprong kan immers gevolgen hebben voor de aangifte en de verschuldigde heffingen.

Wat is een douane-entrepot?

Een douane-entrepot (bonded warehouse) maakt het mogelijk om niet-Uniegoederen onder douanetoezicht op te slaan zonder dat op dat moment invoerrechten en andere invoerheffingen hoeven te worden betaald. De goederen kunnen daar blijven totdat ze bijvoorbeeld onder een volgende douaneregeling worden geplaatst of het douanegebied van de Unie verlaten.

Voor fashion kan dat praktisch interessant zijn wanneer voorraad niet direct voor de EU-markt wordt vrijgegeven. Denk aan seizoensvoorraad die gefaseerd wordt ingevoerd, goederen die later opnieuw worden uitgevoerd of voorraad waarvan de uiteindelijke bestemming nog niet vaststaat.

Een douane-entrepot is een douaneregeling met specifieke voorwaarden, administratie en toezicht. Voor het beheer van een douane-entrepot is een vergunning nodig. De Douane stelt eisen aan onder meer de administratieve organisatie en interne beheersing.

Juist daar wordt de kwaliteit van data belangrijk. De fysieke voorraad en de douaneadministratie moeten met elkaar blijven overeenkomen.

Hoe bepaalt u de juiste HS-code voor kleding?

Er bestaat niet één algemene HS-code voor kleding. De juiste classificatie hangt af van het specifieke product. Daarbij kunnen onder meer het type kledingstuk, de samenstelling en andere productkenmerken een rol spelen.

De gekozen goederencode bepaalt vervolgens mede welk tarief en welke andere douanemaatregelen van toepassing zijn. De Europese Commissie biedt hiervoor onder meer Access2Markets en de bijbehorende tariefinformatie.

Leg daarom per artikel vast welke classificatie wordt gebruikt, op basis waarvan die is bepaald en welke documentatie daarbij hoort. Controleer de indeling opnieuw bij relevante productwijzigingen of wijzigingen in de nomenclatuur. Bij twijfel is specialistische douaneondersteuning nodig.

Welke invoerrechten gelden voor kleding?

Er bestaat geen standaardpercentage voor kleding. Het toepasselijke invoerrecht hangt onder meer samen met de tariefindeling, oorsprong en douanewaarde van het product. Daarnaast kunnen preferentiële tarieven gelden wanneer aan de voorwaarden voor preferentiële oorsprong wordt voldaan en de vereiste bewijsvoering beschikbaar is.

Daarom is het verstandig om niet alleen naar de prijs van een product bij de leverancier te kijken. Ook de douanewaarde, oorsprong, classificatie en beschikbare oorsprongsdocumenten horen bij het totale importplaatje.

“Een zending kan klaarstaan voor vertrek, maar de gegevens moeten ook kloppen. Die komen in onze douaneadministratie terecht, en daar moeten wij verantwoording over afleggen.”

Modexpress

Henri Smets
Head of customs, trade & compliance bij Modexpress

 

Vernietigingsverbod voor onverkochte kleding

Volgens een schatting van het Europees Milieuagentschap uit 2024 wordt 4–9% van de textielproducten die in Europa op de markt worden gebracht vernietigd voordat ze ooit zijn gebruikt. Dat onderstreept het belang van grip op onverkochte voorraad, retouren en de uiteindelijke bestemming van producten.

Sinds 19 juli 2026 geldt binnen de ESPR een verbod op de vernietiging van onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoenen voor grote ondernemingen. Voor middelgrote ondernemingen gaat dit verbod vanaf 19 juli 2030 gelden. Micro- en kleine ondernemingen vallen buiten dit specifieke verbod, behoudens regels om omzeiling te voorkomen.

Recycling valt niet automatisch buiten het vernietigingsverbod. Voor ondernemingen en producten waarop het verbod van toepassing is, moet eerst worden vastgesteld of een uitzondering geldt. Voorbereiding voor hergebruik is iets anders dan recycling: daarbij blijft het product geschikt om opnieuw te worden gebruikt.

Voor fashionbedrijven maakt dat verschil operationeel veel uit. Als voorraad voor recycling wordt afgevoerd, moet duidelijk zijn wat ermee gebeurt en of die verwerking is toegestaan. In de praktijk kan dat betekenen: voorraad classificeren, de betreffende goederen administratief afboeken, transport naar een geschikte verwerker organiseren en bewijs van de verwerking bewaren. Alleen een voorraadcorrectie in het systeem is niet hetzelfde als aantoonbare verwerking.

Ook retourstromen verdienen daarom aandacht. Het moet duidelijk zijn welke goederen opnieuw verkoopbaar zijn, welke kunnen worden hergebruikt, welke naar recycling gaan en hoe de gekozen bestemming wordt onderbouwd.

 

Anti-dwangarbeidverordening en keteninformatie

De Anti-dwangarbeidverordening voegt daar een ander type keteninformatie aan toe. Vanaf 14 december 2027 mogen producten die met dwangarbeid zijn gemaakt niet meer op de EU-markt worden gebracht of aangeboden, of vanuit de EU worden geëxporteerd. De regeling geldt voor producten van iedere herkomst.

De verordening introduceert geen algemene audit- of rapportageplicht. Wel moeten ondernemingen voorbereid zijn op informatieverzoeken en onderzoeken. Daarvoor is inzicht in de relevante productieketen belangrijk. De Europese Commissie heeft in juni 2026 aanvullende richtsnoeren gepubliceerd over de toepassing van de verordening en de informatie die bij onderzoeken relevant kan zijn.

Voor fashionbedrijven betekent dit vooral dat leveranciersinformatie niet mag eindigen bij de naam van de directe leverancier. Afhankelijk van de situatie kunnen ook productielocaties, relevante onderaannemers, inkoopdocumenten en risico-informatie onderdeel worden van het dossier.

 

Wat Nederlandse fashionbedrijven nu kunnen organiseren

Wie alle regelgeving afzonderlijk probeert op te lossen, bouwt al snel meerdere administraties naast elkaar. Een betere aanpak is om eerst de gemeenschappelijke basis te organiseren.

  1. Bepaal de juridische rol per product en markt.
    Leg vast wanneer uw onderneming fabrikant, importeur, distributeur of een andere marktdeelnemer is. Die rol kan per product of handelsstroom verschillen.
  2. Maak één gecontroleerd productdatamodel.
    Zorg dat productidentificatie, samenstelling, fabrikant, leverancier, oorsprong, classificatie en relevante documentatie vanuit een beheerde bron beschikbaar zijn.
  3. Koppel bewijs aan de betreffende records.
    Bewaar niet alleen de uitkomst, maar ook de onderliggende documenten. Denk aan technische documentatie, oorsprongsbewijzen, leveranciersinformatie, recyclingdocumentatie en douanedocumenten.
  4. Laat voorraad en transacties aansluiten op dezelfde data.
    Retouren, vrije voorraad, douanevoorraad, recyclingstromen en aangiften moeten administratief van elkaar te onderscheiden zijn. Dat maakt controle en rapportage eenvoudiger.

Die aanpak wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. De Europese douanehervorming introduceert een centrale EU Customs Data Hub waarin douane- en productinformatie op één platform kan worden aangeleverd. De nieuwe structuur wordt gefaseerd ingevoerd, met verplichte toepassing voor e-commerce vanaf 1 juli 2028 en voor alle handelaren vanaf 1 maart 2034.

Meer gedeelde data betekent uiteindelijk ook dat inconsistenties tussen verschillende systemen makkelijker zichtbaar worden.

Zes checks voor uw importketen: verkoopmodel, douanevertegenwoordiging, goederencodes en oorsprong, rollen, btw en UPV, en dataoverdracht.

Zes aandachtspunten om uw importketen en de overdracht tussen partners te organiseren.

 

Waar Modexpress past

Voor een fashionbedrijf is compliance zelden één proces. Douane, warehouse, voorraadadministratie, transport en productdata raken elkaar voortdurend. Daar ligt de operationele rol van Modexpress.

Modexpress kan ondersteunen bij douaneprocessen en -administratie, bonded warehousing, documentatie, product- en transactiedata en rapportages richting de douane en externe fiscale partners. Ook kan Modexpress meedenken over de inrichting van processen en, waar nodig, klanten verbinden met gespecialiseerde juridische, fiscale of softwarepartners.

“Onze kracht zit in documentatie, data en processen. We denken met klanten mee over de inrichting en ondersteunen de rapportages richting de douane en fiscale partners. Waar aanvullende specialistische kennis nodig is, helpen we de juiste partijen aan te sluiten.”

Modexpress

Henri Smets
Head of customs, trade & compliance bij Modexpress

Bij indirecte douanevertegenwoordiging doet de vertegenwoordiger aangifte in eigen naam, maar voor rekening van de opdrachtgever. Zowel de vertegenwoordiger als de opdrachtgever kan aansprakelijk zijn voor de douaneschuld.

Daarom wordt indirecte douanevertegenwoordiging risicogestuurd beoordeeld. Deze vorm kan bijvoorbeeld worden gebruikt wanneer een EU-gevestigde partij een onderneming van buiten de EU bij de douane vertegenwoordigt. Niet alleen de commerciële wens van de klant telt. Ook de kwaliteit van de data, de interne processen en het risico voor de vertegenwoordiger worden meegewogen.

Modexpress positioneert zich hierin niet als algemene juridische vertegenwoordiger. Voor volledige productcompliance onder ESPR, DPP of andere productwetgeving kan specialistische juridische of compliancekennis nodig zijn. Fiscale vertegenwoordiging wordt via een externe gespecialiseerde partner georganiseerd. Modexpress levert daarbij de operationele data en rapportages die voor die samenwerking nodig zijn.

De kracht zit daarmee in de aansluiting tussen data, voorraad en operatie: wat staat er fysiek in het warehouse, welke status heeft het product, welke documenten horen erbij en welke douanehandeling moet worden uitgevoerd?

 

Regelgeving vraagt om één operationele basis

Nederlandse fashionbedrijven krijgen de komende jaren met verschillende Europese en nationale verplichtingen te maken. Toch hoeft dat niet te betekenen dat voor iedere regeling een volledig los proces wordt gebouwd.

De gemene deler is product-, keten-, voorraad- en douanedata.

Wie nu vastlegt welke informatie beschikbaar moet zijn, wie eigenaar is van die informatie en welk bewijs erbij hoort, bouwt een basis die voor meerdere processen bruikbaar is en bereidt zich goed voor op de toekomst. Tegelijkertijd blijven de juridische verantwoordelijkheden per regeling verschillend. Een goede databasis vervangt geen juridisch of fiscaal advies, maar maakt de uitvoering ervan wel beter beheersbaar.

Van verplichtingen naar een werkbaar proces

Voor fashionbedrijven die veel importeren of met niet-EU-leveranciers werken, is dat een belangrijk uitgangspunt. Niet alleen de regels veranderen. Ook de manier waarop douane, toezichthouders en andere partijen naar data en bewijs kijken, verandert.

Breng in kaart welke data u al beheerst, waar bewijs ontbreekt en welke onderdelen u zelf kunt organiseren. Voor juridische, fiscale en productcompliance-vraagstukken kan vervolgens de juiste specialist worden aangesloten.

Bespreek uw import- en douaneproces met Modexpress.

 

Veelgestelde vragen

Wat is UPV Textiel en wanneer geldt een Nederlands bedrijf als producent?

UPV Textiel maakt producenten verantwoordelijk voor de inzameling, het hergebruik en de recycling van bepaalde textielproducten. De regeling geldt in Nederland sinds 1 juli 2023. Wie als producent geldt, hangt af van de manier waarop het bedrijf textiel als eerste op de Nederlandse markt brengt. Ook een importeur kan dus producent zijn.

Wat is de GPSR, geldt deze voor kleding en welke informatie moet op een webshop staan?

De GPSR is de Europese Algemene Productveiligheidsverordening en geldt sinds 13 december 2024. De verordening is in het algemeen ook van toepassing op consumentenkleding. Bij online verkoop moeten onder meer fabrikantgegevens, productidentificatie en relevante waarschuwingen of veiligheidsinformatie duidelijk zichtbaar zijn. Is de fabrikant buiten de EU gevestigd, dan horen ook de gegevens van de verantwoordelijke persoon in de EU erbij.

Wat is ESPR en wanneer wordt het digitale productpaspoort verplicht voor kleding en textiel?

ESPR is de Europese verordening voor ecologisch ontwerp van duurzame producten en vormt het juridische kader voor het digitale productpaspoort. Voor textiel worden de specifieke eisen verder uitgewerkt. Organiseer daarom nu productdata en eigenaarschap, maar beschouw nog niet vastgestelde textielvelden of een invoeringsdatum niet als definitief.

Wat is een douane-entrepot en wanneer is dit interessant voor een Nederlands fashionbedrijf?

Een douane-entrepot maakt het mogelijk om niet-Uniegoederen onder douanetoezicht op te slaan zonder direct invoerrechten en andere invoerheffingen te betalen. Het kan interessant zijn voor seizoensvoorraad, gefaseerde vrijgave voor de EU-markt of goederen die later worden wederuitgevoerd.

Hoe bepaalt u de juiste HS-code voor kleding?

De juiste HS- of goederencode hangt af van het specifieke product en de kenmerken ervan. Er bestaat geen universele kledingcode. De classificatie heeft invloed op het toepasselijke tarief en eventuele andere douanemaatregelen. Bij twijfel is controle door een gespecialiseerde douanepartner verstandig.

Welke invoerrechten gelden voor kleding uit een niet-EU-land?

Er bestaat geen vast invoerrecht voor alle kleding. De uitkomst hangt onder meer af van de tariefclassificatie, oorsprong en douanewaarde. Bij preferentiële oorsprong kan onder voorwaarden een lager tarief gelden. Controleer daarom altijd de specifieke combinatie van product, oorsprong en bestemming.

Bespreek uw import- en douaneproces

Gerelateerde berichten

Modexpress Flat pack 8742
Modexpress breidt klantenportfolio uit met nieuwe omnichannel en internationale samenwerkingen
9 oktober 2026

De afgelopen periode zijn verschillende nieuwe merken gestart met de dienstverlening van Modexpress. We verwelkomen ...

ChatGPT Image 29 sep 2026, 09_27_49
Bijdragen aan een soepel en correct douaneproces: het verhaal van Joyce
5 oktober 2026

Als administratief medewerkster binnen de douaneafdeling leerde Joyce Matthews alles wat nodig is om douaneklanten ...

MX - Social post - NAA case study (V4)
Klantcase: Hoe New Amsterdam Apparel internationale groei schaalbaar maakt
6 augustus 2026

Internationale expansie brengt volop kansen, maar ook operationele uitdagingen met zich mee. Hoe behoud je ...

Bekijk meer
Fashion

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor nieuws en onze kijk op ontwikkelingen binnen de industrie.

forward
Modexpress brochure mockup

Ontdek wat Modexpress voor jouw merk kan betekenen. Download onze brochure na het invullen van je gegevens.

"*" geeft vereiste velden aan

Sfeerafbeelding - Medewerkster voor machine
Sfeerafbeelding - GOH
Sfeerafbeelding - Fashion Fulfilment
Drive
ambition
together